coverstory Een goudketen die de mensenrechten en het milieu respecteert, van winning tot en met verwerking. Dat is het doel van het convenant Verantwoord goud, dat op 19 juni werd ondertekend. Het goudconvenant is het vijfde convenant dat volgt uit het SER-advies over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) uit 2014. De goudketen reikt tot in de goudmijnen in ontwikkelingslanden. De arbeidsomstandigheden zijn daar vaak erbarmelijk. Het werk is zwaar en gevaarlijk, bijvoorbeeld omdat de mijnwerkers in aanraking komen met giftige chemicaliën. Ook kinderarbeid komt vaak voor, vooral in kleinschalige mijnen: naar schatting werken daar wereldwijd 1,5 miljoen kinderen. De goudwinning heeft ook veel effect op het milieu: het oppervlaktewater raakt vervuild door de chemicaliën en er ontstaat droogte door de grote hoeveelheden water die bij de winning nodig zijn. Gezamenlijk optrekken Nederlandse bedrijven die goud verwerken of verkopen, kunnen direct of indirect betrokken raken bij deze misstanden. ‘De negatieve gevolgen van de goudmijnbouw voor mens en milieu zijn te ernstig en te complex om door individuele bedrijven te kunnen worden opgelost. Gezamenlijk kunnen zij wél verbeteringen realiseren,’ vertelt Giuseppe van der Helm. Hij trad tijdens het overleg over het convenant namens de SER op als onafhankelijk voorzitter. Als voormalig directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling is hij gepokt en gemazeld op het vlak van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Met het goudconvenant nemen de ondertekenaars hun verantwoordelijkheid voor de OESO-richtlijnen voor internationale ondernemingen en de UN Guiding Principles inzake bedrijven en mensenrechten in de gehele keten. Het convenant is ondertekend door de Nederlandse overheid, het sectorale bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties (vakbeweging en ngo’s). De deelnemers uit het bedrijfsleven zijn niet alleen goudhandelaren, goudleveranciers, goudsmeden en juweliers, maar ook elektronica- en recyclingbedrijven. Zoektocht Het convenant is niet vanzelf tot stand gekomen. Toen de SER eind vorig jaar bij het goudconvenant betrokken raakte, waren de partijen al ruim een jaar aan het praten. Aan het einde van de rit liep de ondertekening nog wat vertraging op omdat brancheorganisatie FGZ het voorbehoud wilde maken dat de algemene ledenvergadering de verplichte gedragscode voor nieuwe leden zou goedkeuren. ‘Het is een voortdurende zoektocht geweest om relevante, zinvolle, maar ook haalbare afspraken te maken’, zegt Van der Helm. ‘Het geheim van de succesvolle afloop is dat alle partijen écht de wil hadden om eruit te komen.’ Van een deel van het goud is de herkomst niet goed te herleiden Het leidmotief in het convenant is Do no harm. Een belangrijke afspraak is dat de koepelorganisaties Federatie Goud en Zilver (FGZ) en het Nederlands Gilde van Goudsmeden binnen zes maanden een gedragscode opstellen voor hun leden. Deze gedragscode heeft als doel de risico’s in de keten te identificeren en te beoordelen. Ofwel: zorgen dat bedrijven in de goudsector zoveel mogelijk goud kopen van verantwoorde bronnen. De brancheorganisaties stimuleren hun leden om de code te onderschrijven en helpen hen om deze in te voeren. Daarmee kunnen juweliers en goudsmeden hun klanten goed informeren over de herkomst van het goud. Van der Helm: ‘Dit is ook van belang omdat steeds meer consumenten daarnaar vragen.’ → SERmagazine 11 Eerlijk goud

Pagina 12

Voor magazines, online gebruiksaanwijzingen en archief zie het Online Touch content management beheersysteem systeem. Met de mogelijkheid voor een web winkel in uw nieuwsbrieven.

SERmagazine juli/aug 2017 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication